“Het gaat hem om de song, niet de zanger”

Introductie door Erik Bevaart:

Om Arnold Rypens (geb. 1952), de in Reet (België) woonachtige radiomaker, voor muziekkenners te moeten introduceren, is als gaan uitleggen aan een kok dat knoflook smaakvol kan zijn. Overbodig dus, maar desondanks wil ik de volgende info de lezer niet onthouden; allereerst zullen Nederlandse televisiekijkers onbewust genieten van zijn onmisbare bijdrage aan het programma Popquiz à Go Go met name in de decembermaand ten tijde van de Top 2000. De research naar de herkomst van zo’n speciaal belichte klassieker is uitsluitend afkomstig van Arnold! Deze voor velen onbekende, maar o zo interessante aanvullingen op de parate muziekkennis zijn ook te lezen in zijn boek ‘The Originals, de herkomst van de hits’. Hierin vindt men maarliefst 7300 uitgeplozen songs. Dit is inmiddels voor alle profs en ‘gewone’ muziekliefhebbers op het terrein van songs een uniek standaardwerk geworden, dat reeds de vierde druk heeft. Wie een indruk wil hebben, raad ik aan zeker de update versie op zijn website te bekijken: www.originals.be . Ook organiseert Rypens muziekgerelateerde reizen in de VS; zo is hij al in de weer met Deep South USA 2007, waarbij voor de pophistorie belangrijke locaties bezocht worden.

Nog niet eerder heeft het onderdeel Gast van de Week een Belgische deelnemer gekend; als het dan eindelijk zo ver is, dan ook maar direct een topper!

1-Wat verzamel(de) je op gebied van muziek?

Ik ben geen verzamelaar, nooit geweest trouwens en gelukkig maar.

2-Wie zijn je favoriete artiesten?

De vakmannen. Onder de vakmannen versta ik de craftmen, degenen die het op eigen kracht en talent maken (Ry Cooder, Bonnie Raitt, Bob Dylan, Stevie Ray Vaughan), in tegenstelling tot al de gemarketeerde popwonders, die interessanter bevonden worden om het soort ondergoed dat ze dragen.

Foto: Stevie Ray Vaughan

3-Wat kan je zeggen over het meest memorabele concert dat je hebt bijgewoond?

a) Een Island package tour eind jaren 60 in een parochiezaaltje in Londerzeel (B) met o.a. Spooky Tooth, Jethro Tull en Free. Het podium was zo klein dat de groepen langs de zijkant van de zaal optraden, nauwelijks op een verhoogje. Het publiek in kleermakerszit, zoals dat hoorde toen, en toch keek je Ian Anderson en Paul Rodgers zowat in het kruis. Als je dat kan zeggen terwijl er iemand van de Black Crowes in de buurt staat, dat je de originele Free live hebt gezien, dan mag het interview op slag een half uur langer duren. Da’s net zoiets als dat je tegen headbangers kan zeggen dat je Def Leppard nog aan het werk zag toen hun drummer nog twee armen had. Het voorprogramma van die Island tour maakte nog het meest indruk: de groep Cloud, een Island-act die onterecht maar een kort leven beschoren was. Tegelijk was ik getuige van mijn eerste drumsolo en meteen de beste ooit: eerst liet die zijn drumstel alle hoeken van dat zaaltje zien, daarna stortte hij zich ook nog op de basgitaar en befte daarop dapper verder. Dat alles dus doodleuk gevolgd door de klassieke Tooth (ter promotie van Spooky Two), de Tull (nog met Mick Abrahams) en Free (introducing All Right Now).

b) Wagner’s Parsifal in de Antwerpse Opera, tijdens het Paasweekend ’73, waar ik toen voor het eerst mijn vrouw ontmoette.

Foto: Paul Rodgers

c) The Sex Pistols in Paradiso, A’dam, op 7 januari ’77, ook al omdat we de nacht nadien voor het eerst samen sliepen.

4-Wat is je favoriete album aller tijden?

Hatfield & The North van Hatfield & The North, de enige band genoemd naar een verkeersbord. Ik zag ze ooit in een zijstraatje van de Grote Zavel in Brussel, met Tjens-Couter in het voorprogramma, Arno’s eerste band. Voorwaar ook een kandidaat voor meest memorabele concert, maar dit ter zijde. Ik moet die plaat, met voor het eerst Robert Wyatt na zijn fatale val, minstens honderd keer gedraaid hebben. Geef toe, een prestatie op zich.

5-Wat is je favoriete song aller tijden?

Greensleeves, letterlijk van alle tijden. (Onterecht) zelfs toegeschreven aan Hendrik VIII.

6-Wat is je laatste aangeschafte cd/lp/dvd?

Jungle Jim & The Voodoo Tiger van Jim Dickinson, met als opener Red Neck, Blue Collar, de tweede beste song aller tijden en ergens naar het einde toe een (terechte) cover van Chuck Prophet’s Somewhere Down The Road. Dylanklasse.

7-Welk hoofdstuk uit 50 jaar pophistorie sprak je het meest aan of verraste je?

Jatwerk Of Herontdekt. Als het maar over originals gaat heb je mijn aandacht.

8-Is er in het boek een passage die je als ‘herkenningspunt’ ziet, bijv. foto van een concert waar je bij aanwezig was?

Ik stond even dicht onder Mick Jagger in de snakepit op pag. 9, met een meid uit Binche (B) op mijn schouders tijdens Angie. Als dank gaf ze mij achteraf haar T-shirt cadeau. Een heel pittig T-shirt trouwens, van de Waalse groep Au Bonheur Des Dames, reden waarom zij en haar vriendin, die er ook een droeg, überhaupt in die snakepit binnen mochten. Ze had er niks onder aan en het was al laat en frisjes maar dat kon haar niet schelen. Eerder hadden ze ook al coke zitten snijden op mijn geplastificeerde identiteitskaart.

9a-Van welke overleden artiesten had je graag een concert bijgewoond?

Woody Guthrie, Lenny Bruce, Bob Wills, Louis Armstrong en Lionel Hampton in Paris.

9b-Stel je favoriete dodenorkest samen.

The Beatles.
Er waren ooit plannen om Miles Davis aan Jimi Hendrix te koppelen, later ook om Miles aan Stevie Ray Vaughan te koppelen. Van die plannen is door vroegtijdige overlijdens nooit iets in huis gekomen en dat vind ik wel jammer.

10-Welk van de afgelopen 5 decennia spreekt je muzikaal het meest aan en waarom?

The sixties, omdat ze samenvielen met mijn inprentingsjaren. Dat begon zowat met Telstar, If I Had A Hammer en Can’t Buy Me Love op de kermis.

11-Welke muzikanten zijn het meest onderschat of ondergewaardeerd?

“The best songs don’t get recorded, the best recordings don’t get released, and the best releases don’t get played” – Jim Dickinson.

12-Welk nummer zou je graag gecoverd zien door je favoriete zanger (es)?

‘Slow Death’ (van The Flamin' Groovies en 20 jaar later opgenomen door Webb Wilder) door The Rolling Stones. ‘Monday Morning Gunk’ van Radio Birdman zou trouwens ook een mooie zijn om door de Stones te coveren. Alleen al om het begin.

13-Wie is de meest beroemde of indrukwekkende muzikant, die je ontmoet hebt of het podium mee gedeeld hebt?

Alan Lomax. Van de 6 uur die ik ooit in New York doorbracht zat ik drie uur tegenover hem in zijn werkhol. Hij die tegen de sterren op van elk uur van zijn leven maximaal gebruik wou blijven maken om alle verbanden aan te tonen tussen alle muziek waar ook ter wereld (en daar nog in slaagde ook), die zou daar zo eens eventjes drie uur laten verloren gaan aan een stelletje bloedzuigers uit de Lowlands zeker, kom nou! Hubert Van Hoof, mijn buddy en getuige, kende ’s mans zwakke plek: Lomax had zijn leven lang een zwak voor vrouwen, maar na zijn zeventigste alleen nog voor dure Jerez.

14-Wat vind je een typerende opmerking van jezelf over (een bepaald onderdeel van) de muziekentertainment en wil je als statement zeggen, m.a.w. wat getuigt van jouw visie t.a.v. de muziekindustrie?

“Hits are in baseball, singles are in bars and your royalty lives in a chateau in Europe” – opnieuw een uitspraak van witty Jim Dickinson I’m afraid maar ik kan me er volledig in terugvinden. Zelfde Hubert en ik zaten ook bij hem thuis ooit drie uur op de sofa. Het is te zeggen, in de trailer op zijn Zebra Ranch naast de trailer waar zijn zonen wonen en naast die waar hij zijn studio in heeft. Die sofa, vergeven van de luizen, was dezelfde waar Dylan in zat toen ze Time Out Of Mind even doornamen.

15-Heb je nog tips voor luisteraars en lezers op één of ander gebied van muziek?

Fuck idols. Het gaat hem om de song, niet de zanger.

16-Wie stel je voor om te zijner tijd als gast voor deze rubriek uitgenodigd te worden?

Hubert Van Hoof